Schulden en het wettelijk traject

Wettelijk traject
Als er geen overeenstemming kan worden bereikt met alle schuldeisers, dan kan de schuldenaar een wettelijke schuldsanering aan vragen. Er wordt dan aan de rechter om een oplossing gevraagd. Dit heet het wettelijk traject, de WSNP. 

Verzoek WSNP
Om in aanmerking te komen voor de WSNP dient de schuldenaar een verzoek in bij de rechtbank. Bij zo´n aanvraag moet een verklaring van de gemeente zijn bijgesloten dat een minnelijke schuldsanering niet mogelijk is. Ook dient de aanvraag een overzicht te bevatten van de financiële situatie van de schuldenaar. Na een aantal weken wordt de schuldenaar opgeroepen om bij de rechtbank te verschijnen. Tijdens de zitting vraagt de rechter om alle informatie en legt hij de regels van de WSNP uit. Vervolgens wordt beslist of de schuldenaar in aanmerking komt voor het wettelijk traject. Bij een WSNP eist de rechter de schuldeisers een schuldregeling op en ze zijn verplicht om hieraan mee te werken. Na afloop van een periode van 36 maanden zijn alle schulden betaald en kan de schuldenaar met een schone lei beginnen. Hij of zij is dan schuldenvrij.

Bewindvoerder
Iemand die is toegelaten tot het wettelijk traject krijgt een bewindvoerder toegewezen. Deze is door de kantonrechter benoemd. Deze ziet erop toe dat de schuldenaar alle regels nakomt. Het is zijn taak om de totale administratie van de schuldenaar bij te houden en te verzorgen,  zoals het verrichten van de betalingen van alle rekeningen, belastingaangiftes doen of bijdragen uit fondsen aanvragen. De bewindvoerder krijgt de eerste maanden alle post van de schuldenaar. Op deze manier kan hij controleren of de schuldsanering goed verloopt.

Boedelrekening
Een boedelrekening wordt door de bewindvoerder geopend op zijn naam en op de naam van de schuldenaar. Deze rekening staat onder het beheer van de bewindvoerder. Van het geld op deze rekening worden de schuldeisers betaald en de bijdrage voor de bewindvoerder. Via een boedelrekening betaalt de schuldenaar zelf de vaste lasten en normale rekeningen. Hierbij berekend de bewindvoerder een bedrag voor de schuldenaar dat hij nodig heeft om maandelijks van rond te komen. Dit heet het VTLB, het vrij te laten bedrag. Alle inkomsten die bovenop dit bedrag komen gaan naar de boedelrekening. Ook als de schuldenaar extra geld verdient heeft, dan wordt dat bedrag op deze rekening gestort. Na drie jaar verdeelt  de bewindvoerder, in overleg met de rechtbank, het gespaarde geld volgens wettelijk vastgestelde berekening over alle schuldeisers.

.